ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens schending gezinsleven artikel 8 EVRM
Eiseres, van Indonesische nationaliteit, had een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om gezinsleven uit te oefenen in Nederland. Haar verzoek werd door verweerder afgewezen op grond van het restrictieve toelatingsbeleid en het ontbreken van inmenging in het gezinsleven. De rechtbank oordeelt echter dat deze belangenafweging niet houdbaar is.
De rechtbank benadrukt dat eiseres en haar twee minderjarige kinderen, die ook de Nederlandse nationaliteit bezitten, in Indonesië verblijven maar sterke banden met Nederland onderhouden, onder meer via de Nederlandse grootouders en de Nederlandse werkgever van de overleden echtgenoot. De kinderen zijn opgegroeid in Indonesië, maar spreken nauwelijks Indonesisch en bezoeken een internationale school. Het feit dat de echtgenoot in Nederland is begraven, onderstreept de nauwe banden met Nederland.
De rechtbank stelt dat het weigeren van verblijf in Nederland de kinderen feitelijk de keuze ontneemt om in Nederland op te groeien in het gezelschap van hun grootouders, wat niet in hun belang is. De rechtbank concludeert dat het besluit tot weigering van de mvv in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en vernietigt het besluit. Verweerder wordt opgedragen de mvv te verlenen en wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf en draagt op deze te verlenen wegens schending van artikel 8 EVRM.