ECLI:NL:RVS:2012:BV8631
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf in strijd met EU-burgerschapsrechten
De vreemdeling, moeder van minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit, kreeg op 6 oktober 2010 een weigering van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) opgelegd door de minister van Buitenlandse Zaken. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval afgifte van de mvv, maar de minister ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de weigering in strijd is met artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), omdat de kinderen als minderjarige EU-burgers ten laste van hun moeder feitelijk worden verplicht het grondgebied van de Unie te verlaten. Dit ontneemt hen het effectieve genot van de belangrijkste rechten verbonden aan het EU-burgerschap, ook al bevinden zij zich buiten het grondgebied van de Unie.
De minister had onvoldoende gemotiveerd dat de weigering geen gevolg heeft voor het verblijf van de kinderen in de Unie, terwijl de argumenten dat de kinderen bij grootouders in Nederland kunnen verblijven niet doorslaggevend zijn. De Raad van State vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens strijd met artikel 20 VWEU.