ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2969
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige staandehouding in internationale trein
Eiser, een vreemdeling van Libische nationaliteit, werd op 10 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld na een controle in een internationale trein vanuit België. Hij stelde beroep in tegen de bewaring en vorderde tevens schadevergoeding wegens onrechtmatige staandehouding. De rechtbank beoordeelde of de maatregel van bewaring in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000 en het EU-recht.
De rechtbank overwoog dat de controle in de internationale trein, uitgevoerd op grond van artikel 51 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, hetzelfde effect kan hebben als een grenscontrole die volgens de Schengengrenscode verboden is. Dit werd bevestigd met verwijzing naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaken Melki en Abdeli). Omdat artikel 51 Vw Pro 2000 niet voldoet aan de vereiste waarborgen, was de staandehouding onrechtmatig.
De onrechtmatigheid van de staandehouding maakte ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig, ondanks dat eiser ten tijde van de bewaring niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank vond dat de belangen van de bewaring niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek in de procedure. Daarom werd de bewaring met onmiddellijke ingang opgeheven en werd aan eiser een schadevergoeding van €1.120 toegekend voor de 14 dagen dat de bewaring duurde.
Verder werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €874. De uitspraak werd gedaan door mr. R.J. van Lochem en op 24 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en eiser krijgt een schadevergoeding van €1.120 toegekend.