ECLI:NL:RVS:2010:BP0427
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende wettelijke waarborgen bij MTV-controles
De vreemdeling werd op 17 oktober 2010 staandegehouden tijdens een Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV)-controle nabij de Belgisch-Nederlandse grens en vervolgens in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat artikel 50, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en paragraaf A3/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 niet voldoen aan de door het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde waarborgen. De regeling mist een wettelijk voorschrift dat de wijze van uitoefening van MTV-controles reguleert en voorkomt dat deze controles hetzelfde effect als grenscontroles hebben.
De Raad stelt dat de bestaande beleidsregels onvoldoende duidelijkheid bieden over de intensiteit en frequentie van steekproefsgewijze controles en dat de koppeling met grensoverschrijding onvoldoende is geregeld. Hierdoor is de staandehouding onrechtmatig en is de daaropvolgende vreemdelingenbewaring niet in redelijke verhouding tot de ernst van het gebrek.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, de bewaring opgeheven en de vreemdeling een vergoeding toegekend. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en de vreemdeling ontvangt een vergoeding.