ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ3576
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting moeder van minderjarig EU-burgerkind
Verzoekster, moeder van een 1,5 jaar oud kind met de Nederlandse nationaliteit, vroeg een reguliere verblijfsvergunning aan, welke werd geweigerd vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het kind als burger van de Europese Unie rechten geniet die het effectieve genot vereisen van verblijf met de verzorgende ouder. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het ontzeggen van verblijf aan de verzorgende ouder het kind kan dwingen het grondgebied te verlaten, wat een inmenging in het verblijfsrecht van het kind oplevert.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster de feitelijke zorg voor het kind draagt en dat uitzetting van haar een disproportionele inmenging kan betekenen in de rechten van het kind. Daarom moet bij de beslissing op bezwaar nader worden ingegaan op de proportionaliteit en gerechtvaardigdheid van de weigering.
Gezien het spoedeisende belang en de redelijke kans van slagen van het bezwaar, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd verboden maatregelen te nemen tot verwijdering van verzoekster tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.