ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4086
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid belangenbehartigende verenigingen wegens ontbreken eigen belang bij twv-vorderingen
De Verenigingen, die de belangen van ondernemers in de land- en tuinbouwsector behartigen, vorderden in kort geding dat de Staat en UWV het beleid omtrent tewerkstellingsvergunningen (twv) voor Bulgaarse en Roemeense werknemers zouden wijzigen en het oude beleid zouden voortzetten. Dit naar aanleiding van een beleidswijziging waarbij het aantal toe te kennen twv's drastisch werd teruggebracht.
De Staat voerde verweer dat de Verenigingen niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen eigen belang hebben, maar slechts de gebundelde belangen van hun leden behartigen, die zelf de mogelijkheid hebben om bestuursrechtelijke procedures te voeren tegen afwijzingen van twv-aanvragen. De voorzieningenrechter overwoog dat de Verenigingen geen rechtens afdwingbare afspraken met de Staat hebben gemaakt en dat het stappenplan uit 2009 slechts een vorm van inspraak was.
De rechter stelde vast dat de Verenigingen geen eigen belang hebben bij de vorderingen en dat de bestuursrechter de aangewezen instantie is voor individuele werkgevers om bezwaar te maken tegen beslissingen op twv-aanvragen. Het gelijktijdig procederen bij de civiele rechter is onwenselijk en leidt tot conflicterende uitspraken.
Daarom werden de Verenigingen niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de taakverdeling tussen bestuurs- en burgerlijke rechter en benadrukt het belang van eigen belang voor toegang tot de civiele rechter.
Uitkomst: De Verenigingen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een eigen belang bij de vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.