ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4213
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren en verlenging vreemdelingenbewaring wegens identiteitsonderzoek
Eiser is sinds 4 november 2010 in vreemdelingenbewaring gesteld en betwist het voortduren en de verlenging van deze bewaring met twaalf maanden. Hij voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is, mede omdat hij niet in Bosnië is geboren en de Bosnische autoriteiten onvoldoende aanknopingspunten hebben voor een overnameverzoek. Tevens stelt hij dat de Nederlandse overheid onvoldoende voortvarend handelt en dat de verlenging in strijd is met de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank overweegt dat de Nederlandse wetgeving richtlijnconform moet worden uitgelegd, waarbij de maximale bewaringstermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van maximaal twaalf maanden indien verwijdering meer tijd vergt door omstandigheden zoals het niet meewerken van de vreemdeling of het wachten op documentatie uit derde landen. Verweerder heeft gemotiveerd dat nader onderzoek in Bosnië naar de identiteit van eiser loopt en dat eiser onvoldoende meewerkt.
De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend handelt, dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat gezien het lopende onderzoek, en dat het verlengingsbesluit rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het voortduren en de verlenging van de vreemdelingenbewaring ongegrond.