ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4352
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling herkomst en uitzonderingssituatie
Eiseres sub 1 had een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verkregen, die later werd ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste gegevens, waaronder het manipuleren van haar vingertoppen om identificatie te bemoeilijken en het verzwijgen van eerder verblijf in Italië. Verweerder stelde dat hierdoor de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres niet vaststonden, en dat zij daarom niet in aanmerking kwam voor bescherming.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verweerder terecht de intrekking kon baseren op onjuiste gegevens, hij ten onrechte niet had beoordeeld of in het herkomstgebied van eiseres sprake was van een uitzonderingssituatie zoals bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Dit is een vereiste ex nunc-toetsing die verweerder had moeten uitvoeren, ook al was de identiteit onzeker.
Verder stelde de rechtbank vast dat identiteit, nationaliteit en herkomst niet synoniem zijn en dat de herkomst van eiseres niet in geschil was. Door het nalaten van deze beoordeling is het besluit in strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook de beroepen van eiseressen sub 2, 3 en 4 werden gegrond verklaard omdat hun aanvragen waren afgewezen op basis van het besluit over sub 1.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en droeg op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en correcte beoordeling van asielaanvragen, ook bij twijfel over identiteit.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de verblijfsvergunning asiel en draagt op tot nieuwe besluitvorming met inachtneming van de juiste toetsing.