ECLI:NL:RVS:2009:BK8644
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van taalanalyse en contra-expertise
De staatssecretaris van Justitie wees op 4 oktober 2007 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, mede op basis van een taalanalyse die twijfels opriep over de herkomst van de vreemdeling. De vreemdeling legde twee contra-expertises over, waarvan de rechtbank de tweede als voldoende bewijs achtte om de weigering te vernietigen.
De Raad van State oordeelt dat de tweede contra-expertise niet overtuigend is omdat deze is gebaseerd op een geluidsopname die tien maanden na de oorspronkelijke opname werd gemaakt, waardoor voorbereiding de uitkomst kan hebben beïnvloed. Ook de eerste contra-expertise neemt de twijfel niet weg. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
De Raad benadrukt dat de staatssecretaris zich moet vergewissen van de zorgvuldigheid en inhoudelijke concludentie van taalanalyses en dat een vreemdeling een contra-expertise moet overleggen die aan dezelfde eisen voldoet. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.