ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5808
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Toepassing Terugkeerrichtlijn op grensdetentie en onrechtmatigheid voortduring vrijheidsontnemende maatregel
Eiser werd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd nadat hem de toegang aan de grens werd geweigerd. Hij stelde beroep in tegen de voortduring van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank onderzocht of de Europese Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) van toepassing is op de situatie van eiser, ondanks dat Nederland deze richtlijn nog niet had geïmplementeerd.
De rechtbank oordeelde dat de richtlijn wel degelijk van toepassing is op vreemdelingen die de toegang aan de grens is geweigerd en in detentie zijn geplaatst, omdat Nederland de richtlijn niet binnen de implementatietermijn had omgezet. Hierdoor kon eiser een rechtstreeks beroep doen op duidelijke en onvoorwaardelijke bepalingen uit de richtlijn, waaronder de maximale bewaringsduur van zes maanden.
Omdat de vrijheidsontnemende maatregel langer dan zes maanden voortduurde zonder een gemotiveerd verlengingsbesluit, werd deze voortduring onrechtmatig geacht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de maatregel en kende eiser een schadevergoeding toe van €1500,- voor het verblijf in detentie. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank hechtte eraan dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing is en oordeelde dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel na zes maanden onrechtmatig was, waardoor de maatregel werd opgeheven en schadevergoeding werd toegekend.