ECLI:NL:RVS:2011:BP9280
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid terugkeerbesluit en maatregel van vreemdelingenbewaring
De zaak betreft hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn beroep tegen een maatregel van vreemdelingenbewaring ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De kern van het geschil is de vraag of een maatregel van bewaring aan een vreemdeling die illegaal in Nederland verblijft, uitsluitend kan worden opgelegd indien voorafgaand of gelijktijdig een terugkeerbesluit is genomen, zoals bepaald in de Europese terugkeerrichtlijn en de Nederlandse Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State overweegt dat de richtlijn voorziet in het vereiste van een terugkeerbesluit voorafgaand aan bewaring, behoudens uitzonderingen. In deze zaak is weliswaar een terugkeerbesluit genomen, maar dit wordt niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht aangemerkt. Wel staat het rechtsmiddel van bezwaar open tegen dit terugkeerbesluit.
De Afdeling bevestigt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat zij niet de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit zelf kan toetsen bij de beoordeling van de bewaring, omdat het terugkeerbesluit los van de maatregel is genomen en het rechtsmiddelenstelsel van de Vreemdelingenwet dit niet toelaat.
Daarnaast wordt overwogen dat ten tijde van de inbewaringstelling de implementatietermijn van de richtlijn nog niet was verstreken, zodat het terugkeerbesluit toen niet vereist was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.