ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6042
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuur en holding voor onbehoorlijk bestuur en onverschuldigde managementvergoedingen bij faillissement ZHG
De curatoren van de failliete ZHG-vennootschappen stelden [A Holding] en haar bestuurders aansprakelijk wegens het jarenlang uitkeren van hoge managementvergoedingen zonder geldige titel, wat de solvabiliteit van de onderneming ernstig heeft aangetast en heeft bijgedragen aan het faillissement.
De rechtbank stelde vast dat de managementvergoedingen feitelijk onverschuldigd waren betaald, omdat er geen contractuele basis voor bestond en dat deze betalingen als verkapte dividenduitkeringen waren aan de enig aandeelhouder [A Holding]. Tevens was sprake van onbehoorlijk bestuur door het niet tijdig publiceren van jaarrekeningen en het niet voldoen aan de eisen van de ING-bank om krediet te waarborgen.
De bestuurders werden als feitelijk beleidsbepalers aansprakelijk gehouden, waarbij individuele matigingsverzoeken werden afgewezen, behalve voor [gedaagde 4] die slechts een beperkte periode feitelijk leiding gaf en daarom gedeeltelijk aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank veroordeelde de bestuurders en [A Holding] hoofdelijk tot betaling van het faillissementstekort, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De vorderingen tot verklaring voor recht werden afgewezen, evenals het gevorderde voorschot op schadevergoeding.
De uitspraak benadrukt de bijzondere zorgplicht van aandeelhouders en bestuurders in concernstructuren en bevestigt dat onrechtmatige betalingen en onbehoorlijk bestuur leiden tot aansprakelijkheid voor schade aan crediteuren.
Uitkomst: De bestuurders en [A Holding] worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort en veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en kosten.