ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6235
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inbewaringstelling vreemdeling met zicht op uitzetting naar China
Eiser is op 4 mei 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op uitzetting naar China. Hij stelde op 3 mei 2011 beroep in tegen deze maatregel, dat door de rechtbank niet als prematuur werd beschouwd.
Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar China zou zijn, onder meer vanwege het uitblijven van laissez-passers en het gebrek aan concrete resultaten van onderhandelingen met Chinese autoriteiten. Verweerder stelde dat de Chinese nationaliteit van eiser onvoldoende was aangetoond en dat eiser onvoldoende meewerkte aan het verkrijgen van documenten die nodig zijn voor uitzetting. Tevens wees verweerder op recente succesvolle uitzettingen van Chinese vreemdelingen die wel over geldige documenten beschikten.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht op uitzetting bestaat, mede omdat circa dertig Chinese vreemdelingen recent met de sterke arm zijn verwijderd met originele documenten. Eiser heeft onvoldoende controleerbare inspanningen verricht om documenten te verkrijgen. De vertraging en verlenging van de bewaring zijn daardoor voor zijn rekening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.