ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6457
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen als gehuwd
De man stelde dat de vrouw samenwoonde met een ander alsof zij gehuwd waren, waardoor zijn alimentatieplicht moest eindigen. De rechtbank stelde vast dat er vanaf 2008 sprake was van een affectieve relatie en dat de vrouw vanaf 1 juli 2009 samenwoonde met [-] in een duurzame en bestendige relatie met gezamenlijke huishouding en wederzijdse verzorging.
Getuigenverklaringen van betrokkenen, waaronder de vrouw zelf, haar dochter en vrienden, bevestigden de samenwoning en het delen van dagelijkse kosten. De rechtbank verwierp het betoog van de vrouw dat het verblijf slechts een 'probeerperiode' was en concludeerde dat de samenwoning feitelijk was.
Op grond van artikel 1:160 BW Pro beëindigde de rechtbank de alimentatieplicht van de man per 1 juli 2009 en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van de vanaf die datum betaalde partneralimentatie, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht van de man wordt beëindigd per 1 juli 2009 en de vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van betaalde alimentatie.