ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij onjuiste arbeidsmarktaantekening op verblijfssticker echtgenoot unieburger
Eiser, echtgenoot van een unieburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsaantekening met arbeidsmarktaantekening. Verweerder plaatste op 21 juni 2010 een verblijfssticker met de aantekening 'arbeid niet toegestaan', terwijl volgens de regelgeving 'arbeid toegestaan' had moeten worden vermeld. Eiser maakte bezwaar tegen deze handeling, dat gegrond werd verklaard, maar een proceskostenvergoeding werd geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat het plaatsen van de verblijfssticker een met een beschikking gelijk te stellen feitelijke handeling is in de zin van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder had gelijktijdig met de afgifte van de verblijfsaantekening ook de juiste arbeidsmarktaantekening moeten verstrekken. Het feit dat een verkeerde sticker was geplaatst, doet hieraan niet af.
De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en oordeelde dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door de proceskosten niet te vergoeden. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van zowel bezwaar als beroep, inclusief griffierechten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van bezwaar en beroep.