ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8465
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op visumaanvraag kort verblijf
Eiseres diende op 13 oktober 2010 een aanvraag in voor een visum kort verblijf bij de Nederlandse ambassade in Caïro. Volgens de Visumcode moest verweerder binnen vijftien dagen beslissen, uiterlijk op 28 oktober 2010, met een mogelijke verlenging tot maximaal dertig dagen. Verweerder besloot echter pas op 10 december 2010, nadat eiseres hem op 11 november 2010 in gebreke had gesteld.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en dat de aangekondigde verlenging van de beslistermijn met dertig dagen pas na het verstrijken van de termijn is gedaan, waardoor deze niet in aanmerking wordt genomen. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat de dwangsom verschuldigd is over de periode van 27 november tot en met 9 december 2010, in totaal dertien dagen.
Verweerder voerde aan dat paragraaf 4.1.3.2 van de Awb pas vanaf 1 oktober 2012 van toepassing zou zijn op besluiten gebaseerd op de Vreemdelingenwet 2000 en het Soeverein Besluit van 1813. De rechtbank oordeelt echter dat sinds 5 april 2010 alle regelgeving omtrent visa in Nederland, met uitzondering van enkele uitzonderingen, is neergelegd in de Visumcode en dat het Soeverein Besluit slechts de bevoegdheid tot visumverstrekking regelt. Daarom is paragraaf 4.1.3.2 Awb wel van toepassing.
De rechtbank legt een dwangsom van €20 per dag vast, wat neerkomt op €260,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt een dwangsom van €260,- vast wegens niet tijdig beslissen op de visumaanvraag.