ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8583
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voogdij over minderjarige na Ghanese adoptie zonder erkenning in Nederland
De zaak betreft de vraag of een adoptie die in Ghana is uitgesproken, rechtsgeldig is in Nederland en wie met de voogdij over de minderjarige moet worden belast. De adoptiefouders hebben de minderjarige geadopteerd volgens Ghanees recht, maar er bestaat geen verdrag tussen Nederland en Ghana dat een automatische erkenning van deze adoptie voorschrijft. De rechtbank oordeelt dat de adoptiefouders niet automatisch gezag over de minderjarige hebben in Nederland en dat erkenning door een Nederlandse rechter noodzakelijk is.
De Raad en Bureau Jeugdzorg vorderen dat Bureau Jeugdzorg als voogd wordt benoemd, stellende dat het gezag niet wordt uitgeoefend door de adoptiefouders en dat deze laakbaar hebben gehandeld door de minderjarige zonder beginseltoestemming op te nemen. De adoptiefouders verzetten zich hiertegen en verzoeken om erkenning van hun gezag of, bij een gezagsvacuüm, om benoeming tot voogd.
De rechtbank stelt vast dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat, ondanks het ontbreken van beginseltoestemming en het laakbare handelen van de adoptiefouders, zij wel degelijk over voldoende opvoedingsvaardigheden beschikken en dat het momenteel goed gaat met de minderjarige. Gezien het rapport van de GZ-psycholoog en de huidige stabiele situatie, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarige dat de adoptiefouders met de voogdij worden belast. De rechtbank wijst het verzoek tot erkenning van het gezag af en benoemt de adoptiefouders tot voogd.
Uitkomst: De adoptiefouders worden belast met de gezamenlijke voogdij over de minderjarige, ondanks het ontbreken van erkenning van de Ghanese adoptie en beginseltoestemming.