ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren vrijheidsontneming en verwijdering naar China afgewezen
Eiser, van Chinese nationaliteit, is op 8 november 2010 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van zijn vrijheidsontneming en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of er nog een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China was.
De minister heeft inspanningen verricht om de Chinese autoriteiten te bewegen laissez passers af te geven, waaronder gesprekken met de Chinese ambassadeur. Hoewel sinds juni 2010 geen laissez passers zijn verstrekt, is het sinds kort mogelijk Chinezen via een EU-staat en een kopie van een identiteitsdocument via Shanghai naar China te verwijderen. Eiser heeft verklaard twee zonen en een ex-vrouw in China te hebben en zijn paspoort kwijt te zijn. Van hem wordt verwacht dat hij actief meewerkt aan zijn uitzetting door documenten te verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat er een aanknopingspunt is dat het voor eiser mogelijk moet zijn gegevens te verkrijgen om verwijdering te bewerkstelligen. Ondanks de duur van de bewaring (zeven maanden) weegt het belang van verweerder om eiser in bewaring te houden zwaarder dan het belang van eiser op vrijheid. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.