ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9120
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs faciliteren 1F-misdrijven Ba’ath partij
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende in 2003 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, stellende dat eiser als Rafiq binnen de Ba’ath partij betrokken was bij ernstige misdrijven zoals moord, gevangenneming en marteling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser een volwaardig lid was van de Ba’ath partij en dat hij persoonlijk heeft deelgenomen aan of gefaciliteerd heeft bij deze misdrijven. Diverse bronnen over het rangenstelsel binnen de Ba’ath partij zijn inconsistent en de verklaringen van eiser over zijn taken en rang zijn niet overtuigend weerlegd.
De rechtbank stelt vast dat het enkel lid zijn van de partij of het bekleden van de rang van Rafiq niet automatisch impliceert dat eiser 1F-misdrijven heeft gefaciliteerd. Verweerder heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat eisers handelen in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan dergelijke misdrijven. Het besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd.
Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 874,- wegens verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat eiser 1F-misdrijven heeft gefaciliteerd.