ECLI:NL:RVS:2013:BZ8686
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag op lid Baath-partij met facilitering misdrijven
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 1 oktober 2009 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij de vreemdeling als volwaardig lid van de Baath-partij beschouwde die misdrijven had gefaciliteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit onvoldoende had gemotiveerd bevonden, terwijl de staatssecretaris zijn standpunt juist goed onderbouwd had met verklaringen van de vreemdeling en diverse ambtsberichten.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling als Rafiq binnen de Baath-partij informatie doorgaf aan veiligheidsdiensten, wat een buitengewoon hoog risico op ernstige mensenrechtenschendingen voor betrokkenen opleverde. Dit kwalificeert als facilitering van misdrijven volgens artikel 1(F). Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.