ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9180
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van pensioen en overlevingspensioen van Belgisch ambtenaar woonachtig in Nederland
Eiseres, woonachtig in Nederland met dubbele nationaliteit, betwist de belastingaanslagen over 2006 die betrekking hebben op het rustpensioen van haar overleden Belgische echtgenoot en het door haar ontvangen overlevingspensioen. Het rustpensioen bedroeg 71% van het laatst verdiende loon, wat slechts marginaal afwijkt van de maatschappelijke 70%-norm.
De rechtbank stelt vast dat het pensioen niet als bovenmatig kan worden beschouwd en dat het overlevingspensioen terecht is meegerekend in het belastbare inkomen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw). De stelling van eiseres dat zij door haar Belgische nationaliteit wordt gediscrimineerd, wordt verworpen omdat de heffingsbevoegdheid volgens het belastingverdrag correct is toegepast.
Verder oordeelt de rechtbank dat de hoorprocedure geen procesbelang heeft geschaad en dat alle relevante stukken zijn overgelegd. De heffingsrente is correct berekend en slechts ambtshalve verminderd. Wel wordt het belastbaar inkomen verminderd wegens aftrek van buitengewone uitgaven, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt achterwege gelaten omdat het geschilpunt voortvloeit uit eigen handelen van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen wordt gegrond verklaard met vermindering van het belastbaar inkomen en aanpassing van de heffingsrente, het beroep tegen de aanslag Zvw wordt ongegrond verklaard.