ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- P.H. Veling
- L.A.C. van Nifterick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in vreemdelingenbewaringzaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter-plaatsvervanger die betrokken was bij de behandeling van zijn beroep tegen het voortduren van vreemdelingenbewaring. Verzoeker stelde dat de wrakingskamer niet bevoegd was en dat de rechter onpartijdigheid had geschonden door het aannemen van het beleid van de Minister zonder bewijs en door uitspraken die de schijn van vooringenomenheid wekten.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat zij bevoegd is op grond van artikel 40, lid 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De rechter heeft toegelicht dat het beleid van de Minister, zoals vermeld in de beschikking van 21 februari 2011, algemeen bekend is en dat het niet inhoudelijk behandelen van de beschikking geen schending van onpartijdigheid inhoudt.
De kamer oordeelt dat de enkele omstandigheid dat de rechter het beleid van de Minister ter zitting heeft aangehaald, geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor vooringenomenheid. De wraking is daarom ongegrond en het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-plaatsvervanger wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.