ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9470
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken aanwezigheid ondanks wil bij schennis van de eerbaarheid in woning
Op 29 april 2010 werd verdachte ervan verdacht zich met ontbloot geslachtsdeel rondom zijn woning te hebben bevonden, zichtbaar voor een aantal minderjarigen. Deze jongeren waren aan het zwemmen en varen in een kanaal nabij de woning van verdachte. De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring voor het feit, deels vrijspraak voor het tuin-/grasveldbestanddeel.
De rechtbank oordeelde dat verdachte zich weliswaar met ontbloot geslachtsdeel in zijn woning bevond, een niet openbare plaats, maar dat niet bewezen kon worden dat hij ook in de tuin stond. Cruciaal was dat de jongeren alleen door bewuste inspanning, zoals op hun knieën op een surfplank gaan zitten, het raam konden zien waar verdachte stond. Dit betekende dat zij niet zijns ondanks aanwezig waren, een vereiste voor schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats.
De jongeren hadden bovendien bewust teruggegaan naar de woning nadat zij hadden gehoord van verdachtes gedrag, en deden moeite om verdachte te kunnen zien. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke onvrijwillige aanwezigheid. De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en sprak verdachte vrij.
De zitting vond plaats op 9 juni 2011 waarbij verdachte verstek liet gaan. Het vonnis werd uitgesproken op 23 juni 2011 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat minderjarigen zijns ondanks aanwezig waren tijdens het vertonen in zijn woning.