ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9993
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vestigingsalternatief voor Somalische asielzoekster
Eiseres, een Somalische vrouw afkomstig uit Mogadishu, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen met het argument dat eiseres een vestigingsalternatief heeft in Centraal- en Zuid-Somalië, waar volgens verweerder geen sprake is van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro de EU-Definitierichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in Centraal- en Zuid-Somalië geen situatie bestaat die voldoet aan artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiseres op veilige wijze toegang tot dit gebied kan verkrijgen, aangezien de toegangswegen en het vliegveld binnen een risicogebied vallen. Verder heeft verweerder de voorwaarde dat eiseres zich in dat gebied kan vestigen te beperkt geïnterpreteerd.
Gelet op het beleid in WBV 2010/18 en WBV 2010/19 rust de bewijslast voor het vestigingsalternatief op verweerder. De rechtbank concludeert dat verweerder niet heeft voldaan aan deze bewijslast en verklaart het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt verweerder tevens in de proceskosten van eiseres, begroot op €1.311. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.