ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0207
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering vestigingsalternatief Somalië
Eiser, van Somalische nationaliteit en afkomstig uit Mogadishu, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De Minister wees de aanvraag af met het standpunt dat eiser een vestigingsalternatief heeft in Centraal- en Zuid-Somalië, waar geen sprake zou zijn van een uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat de Minister onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan de voorwaarden voor het vestigingsalternatief is voldaan, zoals neergelegd in het WBV 2010/18. De veiligheidssituatie in Centraal- en Zuid-Somalië is onverminderd slecht, met gevechten, willekeurig geweld en slechte humanitaire omstandigheden. Ook de toegang tot dit gebied is niet veilig, aangezien de internationale luchthaven en verbindingswegen door risicogebieden lopen.
De rechtbank concludeert dat de Minister zich niet zonder nadere motivering op het standpunt had kunnen stellen dat er een vestigingsalternatief is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.