ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0209
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende vestigingsalternatief Somalië
Eiser, van Somalische nationaliteit en afkomstig uit Mogadishu, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister wees deze aanvraag af met het standpunt dat eiser een vestigingsalternatief had in Centraal- en Zuid-Somalië, gebaseerd op het beleid in WBV 2010/18 en WBV 2010/19.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd dat aan de voorwaarden van het vestigingsalternatief is voldaan. De veiligheidssituatie in Centraal- en Zuid-Somalië is volgens het algemeen ambtsbericht van september 2010 en mei 2011 onverminderd slecht, met voortdurende gevechten, willekeurig geweld en slechte humanitaire omstandigheden. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser veilig toegang tot dit gebied kan verkrijgen.
Verder concludeert de rechtbank dat de minister de voorwaarde dat eiser zich in dat gebied kan vestigen en redelijkerwijs daar kan verblijven, te beperkt heeft uitgelegd. De minister heeft zich niet voldoende gemotiveerd op het standpunt dat er een vestigingsalternatief is. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en moet de minister een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank veroordeelt de minister tevens in de proceskosten van €1.311,--. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende aannemelijkheid van het vestigingsalternatief.