ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0677
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grenscontrole in strijd met Schengengrenscode en toekenning schadevergoeding
De zaak betreft een beroep tegen de inbewaringstelling van eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, na een controle op de A67 nabij de Duits-Nederlandse grens. De rechtbank beoordeelde of de controle, uitgevoerd conform artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, voldeed aan de waarborgen zoals geformuleerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in een arrest van 22 juni 2010.
De rechtbank concludeerde dat artikel 4.17a Vb 2000 geen rekening houdt met het gedrag van de betrokkene of specifieke omstandigheden die een risico op aantasting van de openbare orde kunnen vormen. Hierdoor draagt de normering niet bij aan het voorkomen dat de controle hetzelfde effect heeft als een grenscontrole. Ook het argument dat het doel van de controle het toezicht op en de bestrijding van illegaal verblijf is, weerhield de rechtbank er niet van te oordelen dat de controle hetzelfde effect heeft als een grenscontrole.
Gelet op de strijdigheid met artikel 21 van Pro de Schengengrenscode achtte de rechtbank de controle en de daaropvolgende inbewaringstelling onrechtmatig. De rechtbank kende eiser schadevergoeding toe voor de periode van 29 dagen, gebaseerd op richtlijnen voor vergoeding van immateriële schade bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.H.M. Druijf en griffier S.A.J. Monnens op 4 juli 2011. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de controle hetzelfde effect heeft als een grenscontrole en wijst schadevergoeding en proceskosten toe aan eiser.