ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9042
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring vreemdeling wegens niet-naleving artikel 4.17a Vreemdelingenbesluit 2000
Eiser, een Iraakse vreemdeling, werd op 7 juni 2011 staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze bewaring en vorderde tevens een schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de staandehouding en de daaropvolgende bewaring rechtmatig waren volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
Het proces-verbaal van de staandehouding vermeldde slechts summier dat de controle was uitgevoerd conform artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000, zonder inzicht te geven in de specifieke omstandigheden die deze staandehouding rechtvaardigden. De rechtbank oordeelde dat deze summiere vermelding onvoldoende is en dat de staandehouding daarom onrechtmatig was. Dit leidde tot de conclusie dat ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank beval de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiser een billijke schadevergoeding toe van € 1.305,-- voor de periode van detentie. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 874,--. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de belangen van eiser beschermd tegen onrechtmatige vrijheidsbeneming.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en eiser krijgt een schadevergoeding van € 1.305,-- toegekend.