ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling billijkheid en kostendekkendheid leges gezinshereniging
Eiser betwist de hoogte van het legestarief van € 830 voor zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij zijn moeder, die de Nederlandse en Ghanese nationaliteit bezit. Hij stelt dat het tarief niet in overeenstemming is met EU-recht, internationale verdragen en het evenredigheidsbeginsel. Daarnaast vordert hij compensatie wegens vermeende onrechtmatigheden in het verleden en stelt hij dat de redelijke termijn is overschreden.
De rechtbank oordeelt dat de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is omdat de referente de Nederlandse nationaliteit bezit. Het beroep op lagere leges in andere EU-lidstaten wordt als irrelevant beoordeeld, en de stelling dat verweerder discretionaire bevoegdheid heeft om leges te matigen faalt. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over middelen beschikte om de leges te voldoen.
De rechtbank acht het legestarief billijk en in verhouding tot de kostprijs, mede gelet op de daling van de kostendekkendheid van 69% naar 37,4%. Indirecte kosten mogen worden betrokken bij de kostprijsberekening. De door eiser aangevoerde onredmatigheden en onjuiste rechtsopvattingen in het verleden leiden niet tot een lagere legesverplichting. Ook is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van het legestarief wordt ongegrond verklaard.