ECLI:NL:RBSGR:2011:BR0698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ongewenstverklaring op grond van AIVD-ambtsberichten en nationale veiligheid
Eiser is op grond van de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege een vermeend gevaar voor de nationale veiligheid, gebaseerd op ambtsberichten van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De rechtbank stelde vast dat het ambtsbericht onvoldoende inzicht gaf in de feiten en omstandigheden waarop de conclusie van gevaar was gebaseerd, waardoor het besluit in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft de onderliggende stukken van de ambtsberichten ingezien en concludeerde dat deze wel de conclusie konden dragen, mede in samenhang met de onherroepelijke veroordeling van eiser door het Spaanse Tribunal Supremo wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie. Daarom werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten.
Eiser voerde verder aan dat de besluitvorming vooringenomen was en dat zijn belangen bij terugkeer naar Pakistan onvoldoende waren meegewogen, met name met betrekking tot mogelijke schending van artikel 3 en Pro 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en dat de ongewenstverklaring niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.