ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1198
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grenscontrole en toekenning schadevergoeding wegens schending Schengengrenscode
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd op 20 juni 2011 staande gehouden en in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat de controle niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 4.17a Vb 2000 en dat deze controle hetzelfde effect had als een grenscontrole, hetgeen in strijd zou zijn met de Schengengrenscode.
De rechtbank onderzocht de normering van artikel 4.17a Vb 2000 en concludeerde dat deze geen rekening houdt met het gedrag van betrokkene of specifieke omstandigheden die een risico op aantasting van de openbare orde kunnen vormen. Hierdoor voldoet de regeling niet aan de waarborgen die het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gesteld in haar arrest van 22 juni 2010.
De rechtbank oordeelde dat de controle, ondanks het andere doel zoals gesteld door verweerder, hetzelfde effect heeft als een grenscontrole en daarmee in strijd is met artikel 21 van Pro de Schengengrenscode. De maatregel van bewaring is daarom onrechtmatig. Tevens werd een schadevergoeding toegekend voor de periode van 20 juni tot 6 juli 2011, gebaseerd op richtlijnen voor immateriële schadevergoeding bij inverzekeringstelling.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en bepaalde dat de schadevergoeding via de griffier wordt uitbetaald. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel tot vrijheidsbeneming opgeheven met ingang van 6 juli 2011.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige grenscontrole.