ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2416
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende feitelijke gezinsband
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van gezinshereniging met hun broer, die in Nederland verblijft. Zij stelden dat zij een feitelijke gezinsband hadden in het land van herkomst en verwezen naar relevante jurisprudentie en Europese regelgeving.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen van eisers over hun gezinsrelatie met de referent. Deze tegenstrijdigheden betreffen onder meer de woonindeling en het gebruik van voorzieningen in het huis, en werden door eisers niet betwist. Eisers voerden aan dat deze inconsistenties van ondergeschikt belang zijn en verklaarden dat hun psychische gesteldheid en omstandigheden in Somalië het geheugen hebben beïnvloed, maar dit werd niet nader onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, dat het horen adequaat was en dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen terecht tot afwijzing van de aanvraag hebben geleid. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de feitelijke gezinsband.