ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3395
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse ondernemer
Eiser, een Turkse zelfstandige ondernemer en vennoot in een bakkerij, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor zelfstandigen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarbij advies van de minister van Economische Zaken en Innovatie (EL&I) ten grondslag lag. De rechtbank stelde vast dat het beleid ten aanzien van Turkse zelfstandigen sinds de eerste aanvraag in 2005 was gewijzigd, met name dat nu wel advies werd gevraagd aan de minister.
De rechtbank oordeelde dat het nieuwe advies van 6 april 2011 onduidelijk was over de term “levensvatbaarheid op termijn” en niet goed te rijmen was met de voorwaarden uit het Aanvullend Protocol van 1973, waarin een wezenlijk Nederlands belang en positieve economische bijdrage vereist zijn. Bovendien was het advies pas laat ingebracht, waardoor eiser onvoldoende gelegenheid had om hierop te reageren.
Gelet op deze onduidelijkheden en het feit dat het bedrijf van eiser al sinds 2000 bestaat, concludeerde de rechtbank dat het bestreden besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.