ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3946
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid vrezen besnijdenis in Guinee
Verzoekster, afkomstig uit Guinee, vreesde bij terugkeer besneden te worden en vroeg asiel aan in Nederland. Verweerder wees haar aanvraag af omdat hij niet geloofde dat zij onbesneden was, mede vanwege het ontbreken van reis- en identiteitsdocumenten en tegenstrijdigheden in haar relaas.
De voorzieningenrechter constateerde dat de gronden van verzoekster voor het overgrote deel herhalingen waren van eerdere zienswijzen en onvoldoende nieuw waren om inhoudelijk op in te gaan. Desondanks werd de zaak inhoudelijk behandeld, waarbij onder meer werd overwogen dat verzoekster geen tolk had tijdens de zitting en dat haar gemachtigde geen tolk had geregeld.
Verweerder baseerde zijn oordeel mede op een ambtsbericht waarin staat dat besnijdenis wijdverbreid is in Guinee, vooral binnen de etnische groep Malinke waartoe verzoekster behoort. Verzoekster voldeed niet aan het profiel van vrouwen die zich aan besnijdenis kunnen onttrekken. Ook waren er tegenstrijdigheden in haar verklaringen en vond verweerder haar verhaal niet geloofwaardig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zijn beoordeling van de geloofwaardigheid redelijk had gemotiveerd en dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij onbesneden was en daardoor bescherming behoefde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.