ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4835
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens geschorste rechtsgevolgen terugkeerbesluit
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, werd op 19 juli 2011 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 wegens het ontwijken of belemmeren van de terugkeer- en verwijderingsprocedure. De rechtbank oordeelt dat eiser geen identiteitspapieren bezit, niet is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en geen vaste verblijfplaats heeft. Tevens heeft eiser aangegeven Nederland niet te willen verlaten en is hij niet bereid een nationaliteitsverklaring in te vullen.
De rechtbank stelt vast dat geen minder dwingende maatregelen dan bewaring doeltreffend zijn en dat het gezinsleven van eiser met zijn partner en kind de bewaring niet in strijd brengt met artikel 8 EVRM Pro. De stellingen dat de bewaring in strijd is met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, worden niet onderbouwd geacht.
Op 10 augustus 2011 heeft de voorzieningenrechter de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit geschorst, waardoor de voortzetting van de bewaring vanaf die datum onrechtmatig is. De bewaring is echter niet van meet af aan onrechtmatig, zodat geen schadevergoeding wordt toegekend. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt de opheffing van de bewaring per 10 augustus 2011 en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven met ingang van 10 augustus 2011 vanwege geschorste rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit.