ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4913
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor reisdocument voor minderjarige met onbekende nationaliteit
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verkrijgen voor het aanvragen van een reisdocument voor haar minderjarige kind, geboren in Soedan met onbekende nationaliteit, maar volgens de moeder Soedanese nationaliteit hebbend. De vader, hoewel opgeroepen, verscheen niet en verzette zich tegen het verzoek, stellende dat de moeder voornemens was met het kind naar Canada te emigreren.
De rechtbank onderzocht haar bevoegdheid op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 en de EG-Verordening Brussel IIbis, en concludeerde dat zij bevoegd was en Nederlands recht van toepassing was. Tevens werd vastgesteld dat door de vestiging van de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland gezamenlijk gezag van rechtswege was ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de moeder toewijsbaar was, omdat de vader zijn stelling onvoldoende onderbouwde en de moeder het belang van het kind benadrukte om over een eigen reisdocument te beschikken. De rechtbank verleende daarom vervangende toestemming en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor het verkrijgen van een reisdocument voor de minderjarige.