ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5098
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.M.A. Bataille
- H.C. Greeuw
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens onvoldoende motivering belangenafweging familie- en gezinsleven
Eiser is sinds 1998 feitelijk in Nederland verblijvend en ongewenst verklaard op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege toepassing van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag. De rechtbank stelt vast dat artikel 3 EVRM Pro zich duurzaam verzet tegen zijn terugkeer naar Irak en dat geen derde land beschikbaar is.
Hoewel de ongewenstverklaring niet disproportioneel wordt geacht enkel op basis van tijdsverloop, is verweerder tekortgeschoten in de belangenafweging tussen het algemeen belang en het familie- en gezinsleven van eiser, zoals beschermd onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het feit dat eiser sinds 1998 in Nederland verblijft, niet kan worden uitgezet, en dat het belang van de staat slechts van principiële aard is.
Daarnaast is onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de staat zwaarder zou wegen dan het belang van eiser en zijn jongste zoon, met wie hij een intensief familie- en gezinsleven onderhoudt. Verweerder heeft ook nagelaten de relevante 'guiding principles' van het EHRM in onderlinge samenhang te wegen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de belangenafweging tussen het algemeen belang en het familie- en gezinsleven.