ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5301
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na onvoldoende geloofwaardigheid en bewijs
Verzoeker, een Guinese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door de minister voor Immigratie en Asiel. Hij stelde dat hij vanwege politieke activiteiten en mishandelingen in Guinee vreest voor vervolging en onmenselijke behandeling. Verzoeker voerde aan dat hij lid en leider was van een politieke groep en dat hij gevangen zat en mishandeld werd.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in redelijkheid niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het gebruik van een vals paspoort. Daarnaast werden de verklaringen van verzoeker over zijn politieke activiteiten, aanhouding, mishandeling en ontsnapping als vaag, tegenstrijdig en ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank verwees naar het Vluchtelingenverdrag en stelde dat strafvervolging wegens gebruik van een vals paspoort pas kan plaatsvinden nadat is vastgesteld dat verzoeker geen vluchteling is. Desondanks vond de rechtbank dat de feiten die verzoeker aanvoerde onvoldoende zwaarwegend waren om hem als vluchteling of op humanitaire gronden toe te laten.
Gelet op deze bevindingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De beslissing is zorgvuldig genomen en voorzien van een voldoende motivering. Verzoeker kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.