ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1164
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Burg
- De Vries - Van den Heuvel
- Kiliç
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag bij vals paspoort
Verdachte werd aangehouden op Schiphol met een vals Bulgaars paspoort en gaf aan asiel te willen aanvragen in Nederland. De rechtbank beoordeelde of het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vervolging, waarbij artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag centraal stond.
De rechtbank overwoog dat artikel 31 bescherming Pro biedt aan vluchtelingen die onrechtmatig een veilig land binnenkomen mits zij zich onverwijld melden en een geldige reden hebben. Hoewel verdachte 20 tot 30 dagen in Griekenland verbleef, achtte de rechtbank Griekenland vanwege lopende inbreukprocedures en een interim maatregel van het EHRM niet als een veilig land. Hierdoor kon het verblijf in Griekenland niet tegen verdachte worden gebruikt.
Verdachte had zich onverwijld gemeld door direct bij aanhouding asielgerelateerde redenen te geven. De rechtbank achtte het verhaal van verdachte niet evident onjuist en oordeelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was omdat het vervolgen van verdachte in strijd zou zijn met artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens toepassing van artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag.