ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, een Iraakse nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak. In 2010 werd deze vergunning ingetrokken omdat het beschermingsbeleid voor deze regio was beëindigd. Eiser voerde aan dat hij vanwege persoonlijke omstandigheden en een aanslag op zijn leven bescherming behoefde en dat zijn documenten authentiek waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat het categoriaal beschermingsbeleid niet langer van toepassing is en dat eiser zijn reisdocumenten aan een reisagent heeft afgestaan, wat hem kan worden toegerekend. De door eiser overgelegde documenten bleken vals te zijn, en zijn asielrelaas werd als ongeloofwaardig beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en gebrek aan bewijs.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Irak een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Ook het beroep op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn faalde omdat de situatie in Irak niet zodanig ernstig was dat bescherming op die grond gerechtvaardigd was.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het beëindigde beschermingsbeleid en het ongeloofwaardige asielrelaas.