ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6250
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens toerekenbaar ontbreken reisdocumenten en onvoldoende positieve overtuigingskracht asielrelaas
Eiser, afkomstig uit Irak, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser zijn reisdocumenten aan een reisagent had afgestaan en geen gedetailleerde, verifieerbare verklaringen over zijn reis kon geven, waardoor het ontbreken van documenten aan hem werd toegerekend.
Daarnaast werd het asielrelaas van eiser niet geloofwaardig geacht. Verweerder vond de verklaringen over bedreigingen door het Al Mahdi leger onvoldoende aannemelijk, mede omdat eiser geen klacht had ingediend en het verband tussen de directeur en het leger speculatief was. Ook was de medische situatie van eiser onvoldoende ernstig om schending van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000 tegen eiser had kunnen aanvoeren en dat het asielrelaas geen positieve overtuigingskracht had. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.