ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6552
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens ontbreken belang bij beoordeling inbewaringstelling
Verzoeker werd op 14 oktober 2010 in bewaring gesteld. Op 13 december 2010 nam verweerder een terugkeerbesluit, dat volgens verweerder een beschikking was waartegen bezwaar openstond. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen uitzetting. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden. Verzoeker stelde beroep in.
De rechtbank oordeelt dat ten tijde van de inbewaringstelling een terugkeerbesluit niet vereist was omdat de implementatietermijn van de terugkeerrichtlijn nog niet was verstreken. Ook was verweerder niet verplicht na het verstrijken van die termijn alsnog een terugkeerbesluit te nemen om de bewaring voort te zetten. Het terugkeerbesluit van 13 december 2010 is dan ook geen rechtens relevante handeling en staat niet gelijk aan een beschikking waartegen bezwaar openstaat.
Daarom had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren en heeft verzoeker geen belang bij de beoordeling van het terugkeerbesluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, terwijl de rechtsgevolgen in stand blijven.