ECLI:NL:RBSGR:2011:BS8691
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, ontving op 18 augustus 2011 een terugkeerbesluit van de Minister voor Immigratie en Asiel. Hiertegen maakte hij bezwaar en verzocht hij op 19 augustus 2011 om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit op te schorten totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het terugkeerbesluit niet onbevoegd was genomen. De bevoegdheid lag bij een hoofdinspecteur, tevens hulpofficier van Justitie, conform eerdere jurisprudentie. Tevens werd vastgesteld dat de verkorting van de termijn voor vrijwillig vertrek tot nul uur gerechtvaardigd was vanwege een strafrechtelijke veroordeling van verzoeker tot twee maanden gevangenisstraf.
De rechtbank verwees naar een richtlijnconforme interpretatie van artikel 62, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 in samenhang met artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn. Verweerder hanteert een vaste praktijk om vreemdelingen die illegaal verbleven en strafrechtelijk zijn veroordeeld geen termijn voor vrijwillig vertrek toe te kennen.
Verzoeker verscheen niet op de zitting, en zijn stelling dat hij ook de Litouwse nationaliteit bezit werd niet onderbouwd. De voorzieningenrechter zag geen reden om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen.