ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluiten vreemdeling
Verzoeker heeft tegen twee terugkeerbesluiten, gedateerd 20 december 2010 en 6 januari 2011, bezwaar gemaakt en voorlopige voorzieningen verzocht. Deze besluiten leggen op dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten omdat hij niet rechtmatig verblijft. De rechtbank heeft het geschil behandeld en beoordeeld of de terugkeerbesluiten rechtsgrond hebben en door bevoegde autoriteiten zijn genomen.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 63 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) verweerder bevoegd is om vast te stellen dat een vreemdeling niet rechtmatig verblijft en een terugkeerbesluit uit te vaardigen. De Koninklijke Marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zijn bevoegd gezaghebbende instanties, en de genomen besluiten zijn volgens de rechtbank rechtsgeldig gemandateerd. Verzoeker heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de besluiten niet door bevoegde autoriteiten zijn genomen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de terugkeerbesluiten voldoende op verzoeker zijn toegesneden en hem de gelegenheid tot vrijwillig vertrek bieden. De inhoud en motivering van de besluiten voldoen aan de wettelijke eisen en de Terugkeerrichtlijn. Gezien deze overwegingen is er geen grond voor voorlopige voorzieningen en worden de verzoeken afgewezen.
Tenslotte is vastgesteld dat geen van partijen recht heeft op proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorziening tegen de terugkeerbesluiten af.