ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2413
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzet tegen verstekvonnis inzake schadevergoeding na mishandeling en verjaring
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens letsel opgelopen door een mishandeling op 4 oktober 2004. Gedagde werd reeds strafrechtelijk veroordeeld voor deze mishandeling en hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade. Na een verstekvonnis dat de vordering toewijst, stelt gedagde verzet in en betwist onder meer de verjaring van de vordering.
De rechtbank oordeelt dat de verjaring conform artikel 3:310 lid 1 BW Pro is gaan lopen kort na de mishandeling, maar dat deze is gestuit door een aangetekende brief van 20 maart 2006, gericht aan gedagde in detentie. Hoewel gedagde de ontvangst betwist, is de brief aangetekend verzonden en op juiste wijze aangeboden, en het niet bereiken van de brief wordt toegerekend aan omstandigheden die gedetineerde betreffen.
De rechtbank bevestigt de aansprakelijkheid van gedagde voor de schade, maar laat de hoogte en het causaal verband over aan een schadestaatprocedure. Het verzet wordt verworpen en het verstekvonnis van 11 augustus 2010 wordt bekrachtigd. Gedagde wordt veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het verzet van gedagde wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis tot schadevergoeding wordt bekrachtigd.