ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2696
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige motivering en beoordeling schrijnendheid
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 2000 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van schrijnende omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank onderzocht of verweerder de relevante omstandigheden, waaronder het rechtmatig of quasi-rechtmatig verblijf, het aantal in Nederland geboren minderjarige kinderen en het mislopen van procedures, op juiste wijze had betrokken bij zijn besluit.
De rechtbank constateerde dat verweerder het afwachten van procedures (quasi-rechtmatig verblijf) in vergelijkbare zaken wel had meegewogen, maar dit in eisers zaak onterecht had achterwege gelaten. Ook was onvoldoende gemotiveerd of het hebben van twee minderjarige kinderen als één of twee factoren moest worden meegewogen. Andere gronden, zoals integratie en aanwezigheid van familieleden, werden door de rechtbank niet als zelfstandige positieve factoren erkend.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak en nieuwe feiten, zoals het derde kind van eiser en diens psychische problemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.