ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0337
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, maar verweerder heeft deze afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser betoogt dat hij op grond van schrijnende omstandigheden en de hardheidsclausule vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen. Verweerder heeft dit echter gemotiveerd afgewezen.
De rechtbank overweegt dat het toetsingskader door verweerder duidelijk is gemaakt en dat de brief van 21 februari 2007 als richtsnoer wordt gebruikt, maar niet op dezelfde wijze als bij aanvragen ingediend vóór 18 maart 2005. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
Verder is een volledige belangenafweging gemaakt waarbij onder meer het gezinsleven van eiser met een persoon met asielstatus en medische problemen is betrokken. De rechtbank acht de belangenafweging van verweerder redelijk en voldoende gemotiveerd. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.