ECLI:NL:RBSGR:2011:BU2944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling op onjuiste grondslag vernietigd door rechtbank
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, welke werd afgewezen en waarbij hij tevens ongewenst werd verklaard vanwege een vermeend gevaar voor de openbare orde. De rechtbank oordeelde dat de ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 niet kon worden gehandhaafd omdat de verblijfsvergunning van eiser niet was ingetrokken wegens een inbreuk op de openbare orde, zoals vereist volgens het beleid in de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ongewenstverklaring betrof en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen, waarbij ook de rechtsgevolgen opnieuw moesten worden bezien. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een rechtens te respecteren belang, aangezien de ongewenstverklaring voortduurt en daardoor rechtmatig verblijf niet mogelijk is.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 1.092,50, vanwege de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 25 oktober 2011.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor de ongewenstverklaring en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt niet-ontvankelijk verklaard.