ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging verblijfsvergunning ondanks betoog gerechtvaardigd vertrouwen
Eiseres, houder van een verblijfsvergunning voor studie, verzocht om wijziging van de beperking van haar vergunning naar verblijf bij haar stiefvader, gelijk aan haar moeder en zus. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat niet was aangetoond dat sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid van haar moeder en zus.
Eiseres stelde dat haar was toegezegd dat de vergunning zou worden verleend, waardoor zij gerechtvaardigd vertrouwen had. De rechtbank oordeelde op basis van getuigenverklaringen en beschikbare gegevens dat deze toezeggingen niet ondubbelzinnig en bevoegd waren gedaan, zodat geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond.
Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond het onbevredigend dat verweerder geen nadere toelichting gaf over het niet innemen van een ander standpunt, maar was gebonden aan het juridische geschilpunt. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening.
De uitspraak bevestigt dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is indien toezeggingen niet bevoegd en ondubbelzinnig zijn gedaan en benadrukt het belang van tijdige en volledige beroepsgronden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.