ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3852

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
9 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/754018-11 Vonnis ex artikel 36e Sr
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 225 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit levering valse diploma's

De veroordeelde is veroordeeld voor het meermalen afleveren en voorhanden hebben van valselijk opgemaakte diploma's en cijferlijsten, terwijl hij wist dat deze bestemd waren voor gebruik als ware ze echt. De officier van justitie stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €34.417,-, maar de rechtbank schatte dit bedrag op €17.500,-, gebaseerd op de verklaring van de veroordeelde en een rapport waarin de verkoop van documenten werd berekend.

De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat 49 documenten op de USB-stick daadwerkelijk waren geleverd en dat daarvoor geld was ontvangen, waardoor deze buiten beschouwing werden gelaten. De verklaring van de veroordeelde dat hij tussen €15.000,- en €20.000,- had verdiend, werd als aannemelijk beschouwd en vormde de basis voor de schatting.

Op grond hiervan legde de rechtbank de veroordeelde de verplichting op om €17.500,- aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de bewezenverklaring van het strafbare feit in de onderliggende strafzaak.

Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €17.500,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/754018-11
Datum uitspraak: 9 november 2011
Vonnis ex artikel 36e Sr
Beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring De Geniepoort te Alphen aan den Rijn.
De vordering.
De vordering strekt er toe dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 34.417,-.
Het onderzoek ter zitting.
Ter terechtzitting van 26 oktober 2011 heeft de officier van justitie bij de vordering gepersisteerd.
De veroordeelde, bijgestaan door de raadsvrouw mr. M.A.C. Overmeire-De Vilder, advocaat te Amsterdam, is verschenen en op de vordering gehoord.
Beoordeling van de vordering.
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 9 november 2011 veroordeeld terzake van het strafbare feit:
valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
en
opzettelijk een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht afleveren of voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
In deze zaak heeft de officier van justitie het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals vastgesteld in het dossier van de strafzaak tegen de veroordeelde en gerelateerd in het door [X] en [Y] opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict d.d. 30 augustus 2011. De conclusie van de officier van justitie is dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel € 34.417,- bedraagt.
Op grond van het onderzoek ter zitting is de rechtbank van oordeel dat de veroordeelde door middel van hiervoor genoemd strafbaar feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
De bewijsmiddelen.
De rechtbank grondt haar overtuiging dat de veroordeelde vorenbedoeld voordeel heeft verkregen op wettige bewijsmiddelen en ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van bedoeld voordeel.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van de beslissing vereist met de bewijsmiddelen, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan deze beslissing zal worden gehecht.
Motivering van de op te leggen maatregel.
De rechtbank neemt als grondslag van de vordering in aanmerking het in de strafzaak onder parketnummer 09/754018-11 tegen de veroordeelde bewezen verklaarde feit.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij tussen de € 15.000,- en € 20.000,- heeft verdiend met de levering van valselijk opgemaakte diploma's en cijferlijsten. De rechtbank acht deze verklaring niet onaannemelijk, te meer nu deze aansluit bij de inhoud van voormeld rapport, wanneer de in het rapport vermelde berekening met betrekking tot 49 op de USB-stick van verdachte aangetroffen documenten (paragraaf 5.3.16.25) buiten beschouwing wordt gelaten. Volgens de rapporteur heeft verdachte met de verkoop van deze documenten € 17.000,- verdiend. De rechtbank is echter van oordeel dat onvoldoende aanwijzingen aanwezig zijn dat deze documenten daadwerkelijk zijn geleverd en dat verdachte hiervoor geld heeft ontvangen. Daarvoor ontbreekt in het dossier immers enig steunbewijs.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat op € 17.500,- (het gemiddelde van € 15.000,- en € 20.000,-).
De rechtbank zal de veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling van € 17.500,- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De toepasselijke wetsartikelen.
De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Beslissing.
De rechtbank,
stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 17.500,- (ZEGGE: ZEVENTIENDUIZEND VIJFHONDERD EURO);
legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 17.500,- (ZEGGE: ZEVENTIENDUIZEND VIJFHONDERD EURO) aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.J.M. Smid-Verhage, voorzitter,
mrs. M.M. Meessen en S.M. Krans, rechters,
in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 november 2011.